Maskers af in het debat
Christelijke wetenschappers moeten zich volgens Cors Visser niet verbergen achter gefingeerde namen en anoniem klagen over een onchristelijk klimaat op de universiteiten. Christenen die actief zijn in de wetenschap dienen juist een voorbeeld te zijn voor studenten en kerkgangers dat het wel degelijk mogelijk is om tegelijkertijd gelovig en wetenschapper te zijn.

Kees van Vliet heeft een punt als hij in het Reformatorisch Dagblad stelt dat in academies het soms lastig is om voor het christen-zijn uit te komen. Maar zijn artikel van 8 februari en het niet gebruiken van zijn (?) eigen naam is een slecht signaal voor christenen, wetenschappers en zeker voor christelijke wetenschappers.

 

In de eerste plaats is het onmogelijk een open debat te voeren met iemand die zich anoniem opstelt. Het is niet te verifiëren of hij of zij de waarheid spreekt of dat het gaat om iemand die te pas en te onpas bij zijn collega's met het geloof en het scheppingsverhaal op de proppen komt. Kritiek van 'Van Vliet' kan deels terecht zijn, maar niemand kan zich ertegen verweren. Een serieuze kwestie als dit vraag om een open debat zonder maskers.

 

Een tweede kritiekpunt is dat Van Vliet aan stemmingmakerij doet door het in het algemeen over de wetenschap te hebben en zich met een andere naam te tooien. Alsof het onmogelijk is om als christen actief te zijn in de wetenschap! Vele portretten en artikelen in deze krant laten zien dat het wel kan. Denk bijvoorbeeld aan prof. Van Bemmel, prof. Van der Duyn Schouten, prof. Dekker e.a. In de boeken van Dekker kwamen reeds meer dan 50 christelijke wetenschappers aan het woord. Het is juist de taak van christenwetenschappers om kerkleden en studenten te laten zien dat het mogelijk en nodig is om als gelovige actief te zijn op de universiteit. De afgelopen tien jaar heb ik studenten bij wijze van spreken horen smeken om voorbeelden. En ze zijn verbaasd als blijkt dat er zoveel christen-wetenschappers zijn. Maar te veel van hen zijn helaas onzichtbaar. Van Vliet is zo'n voorbeeld en hiermee bewijst hij die studenten zeker geen dienst.

 

Waar Van Vliet wel een punt heeft, is dat er in bepaalde gevallen christenen met argwaan worden bekeken of van tevoren als achterlijk worden weggezet. Ook kan het uitkomen voor bepaalde (Bijbelse) denkbeelden slecht zijn voor een wetenschappelijke carrière. Dat is inderdaad heel kwalijk.

 

Maar hoe kwalijk dat ook is, een reactie daarop moet niet zijn klagen maar ontmaskeren. Wetenschappers hebben de taak waarheid te zoeken. Als iemand iets beweert waar een ander het niet mee eens is, is het zaak om binnen de kaders van het vak de ander te overtuigen. In mijn vakgebied - sociologie - is het bijvoorbeeld jarenlang de trend geweest om te beweren dat geloof er nauwelijks toe doet als het gaat om het handelen van mensen. Als kerkganger heb ik daar mijn twijfels bij. Maar als wetenschapper moet ik binnen de spelregels van de sociologie met aanwijzingen komen dat geloof wel degelijk tot handelen kan leiden. En iets soortgelijks kan gelden voor bijvoorbeeld filosofen, en historici, maar ook voor natuurwetenschappers en pedagogen.

 

Met Van Vliet wil ik me hard maken dat het christelijke geloof en wetenschap geen twee verschillende domeinen zijn. Maar om dat helder en aannemelijk te maken, richting kerkgangers, studenten en (seculiere) wetenschappers is het nodig om de maskers af te doen en onwaarheden te ontmaskeren.

 

Cors Visser is directeur van ForumC, centrum voor geloof, wetenschap en samenleving en hij doet onderzoek naar de houding van orthodox protestanten in de samenleving.

Lees in dit verband ook: Christenstudent leeft vaak te gespleten


( 5 Votes )
 
 
 
Nieuwsbrief