| Afdrukken |
donderdag, 26 maart 2009 16:53

De strijd tegen onzekerheid

Door Cors Visser

 

Maatregel hier, meer controle daar; bestrijden van angst en onzekerheid lijkt de Nederlandse manier om de economische crisis aan te pakken. Maar de samenleving is niet geholpen met dergelijke schijnzekerheid. In crisistijd moeten mensen voorbij leren leven aan hun angst en onzekerheid. Dat kan door het bieden van hoop en een perspectief waarin klimaat, economie en de voedselcrisis een plek hebben.

"Angst, moet dat wel in de titel". Deze reactie gaf een aantal mensen na het zien van de voorstellen voor het aftrapsymposium van ForumC. Nu klinkt angst inderdaad niet erg aanlokkelijk, maar het is een begrip dat wel meer inzicht geeft in hoe we als samenleving omgaan met de huidige crises: economische crisis, klimaatcrisis en voedselcrisis. Hiermee wil ik zeker niet pretenderen dat angst het kernbegrip is of hét aangrijpingspunt voor het komen uit die crises. De afgelopen maanden is er veel geschreven over de oorzaken van de crisis, met name over de economische variant daarvan. Er lijkt een consensus te bestaan dat de ‘ikkonomie' daarin een belangrijke rol speelt. "Weg met het egokapitalisme" kopte het NRC op oudejaarsdag. Ook bij de klimaatcrisis en de voedselcrisis lijkt ‘het eigen ik eerst' van mensen cruciaal te zijn. Zelf altijd meer en beter willen en weinig oog hebben voor consequenties voor anderen of voor de omgeving.

Naast factoren als egoïsme en de organisatie van ons economisch systeem speelt angst een rol in de oorzaken en beleving van de huidige crises. Het gaat dan om de angst de controle te verliezen over het eigen leven. Financiële markten die op hol slaan, ijskappen die afsmelten, voedselrellen op Haïti, het zijn allemaal zaken waar we geen grip op. Het is de onzekerheid over de economie of over het klimaat die tot angst leidt.

Onzekerheid is de voedingsbodem voor angst. In de afgelopen decennia zijn in het Westen allerlei onzekerheden uitgesloten. Het leven lijkt steeds maakbaarder en iedereen is projectleider van zijn eigen leven. Media en reclame suggereren dat alles in de hand te houden is, van keelpijn, vieze luiers tot slaapgebrek en het liefdesleven. Echter, de maakbare wereld bestaat niet. Er blijft een aantal zaken die we niet onder controle hebben en die toch direct van invloed zijn op ons leven. Door de huidige crises zijn we met de neus op de harde feiten geduwd: het leven is niet beheersbaar, onzekerheid is onderdeel van het menselijk bestaan. Er kunnen schommelingen zijn in onze welvaart, de aarde kan opwarmen en onze baan kunnen we verliezen. Als individu hebben we daar bar weinig invloed op. In een samenleving gericht op vooruitgang en maakbaarheid levert het onzekerheid en angst op als het plaatje van controle niet lijkt te kloppen. Hiervoor zijn in ieder geval drie aanwijzingen.

Een eerste is dat de economie als een zwart gat alle aandacht naar zich zuigt ten koste van het klimaat en de voedselproblematiek. Immers, de economische crisis leidt tot een directe onzekerheid over het eigen bestaan. Hoewel de voedselcrisis dramatisch is - een bijna verdrievoudiging van prijzen van rijst en graan met als gevolg tienduizenden slachtoffers - het leidt niet direct tot onzekerheid over ons eigen leven. Iedereen zal met de mond belijden dat het erg is, er is echter geen sprake van angst of een crisisgevoel. Bij de klimaatcrisis ligt dat een beetje anders. Ervan uitgaande dat de grootste groep wetenschappers gelijk heeft en er inderdaad sprake is van klimaatveranderingen door menselijk toedoen, is de aandacht daarvoor bij het grote publiek laat op gang gekomen. We hielden onze oogkleppen op toen al lang en breed bekend was dat de zwaarste klappen van het veranderende klimaat in Afrika zouden vallen. Veel landbouwgrond wordt onvruchtbaarder door toenemende droogte, schoon drinkwater is moeilijker te vinden. Maar dat is ver weg en leidt ook niet direct tot onzekerheid over ons eigen bestaan. Blijkt de klimaatcrisis ook voor ons lage landje consequenties te hebben dan is het meteen een ander verhaal. Je struikelt over nieuwsberichten en opinies over ophoging en verzwaring van dijken, verbod op bouwen in de uiterwaarden of het ontpolderen van stukken land. De kredietcrisis kwam meteen vol in het nieuws. Omvallende banken, bonusdriven bestuurders en de vraag of minister Bos nu wel of geen staatsbankier mocht zijn domineerden kranten en actualiteitenrubrieken. Een economische crisis kan direct impact hebben op het eigen leven, baanverlies, (tijdelijk) verlies van spaartegoeden of minder welvaart. Het komt allemaal dichterbij en leidt daarom tot meer onzekerheid en angst. Ook - of misschien vooral - in een tijd van mondialisering is onze leefwereld toch erg klein.


De feitelijke impact van de economische crisis op ons leven is niet groot, toch is er veel aandacht voor. Dat is een tweede aanwijzing dat onzekerheid een rol speelt. Als we kritisch kijken naar wat er nu gebeurt, merken de meeste mensen weinig van economische achteruitgang. De voorspellers van het Centraal Planbureau lijken onheilsprofeten te zijn die het gelukkig (nog) niet bij het rechte eind hebben. Van massaontslagen is amper sprake. In 2010 zal de koopkracht van huishoudens nog gewoon toenemen. En als de economie volgens voorspelling met 3,5% daalt, zijn we als Nederland net zo arm als in de zomer van 2007.

Een extra aanwijzing dat onzekerheid en angst er toe doen, vormen de reacties op de crisis. De samenleving en het kabinet neigen ernaar om de onzekerheid uit te bannen en een schijncontrole terug te winnen. Dat gebeurt op twee manieren: door het aanwijzen van schuldigen en door extra regelgeving en toezicht. Afgelopen maanden heerste er een sfeer dat er ‘nog nooit een tijd was waarin zo velen zoveel aan zo weinigen te wijten hadden'. Bestuurders van financiële instellingen kregen een groot deel van de schuld in de schoenen geschoven. Hoewel die kritiek deels waar kan zijn, is het merkwaardig om een paar huidige bestuurders verantwoordelijk te houden voor een probleem in de financiële structuur die in decennia is opgebouwd. De andere reflex is om de onzekerheid te reduceren door meer regels en meer toezicht. Commissarissen moeten beter opletten, er is meer toezicht nodig vanuit de overheid, er zijn strengere regels voor kredietverstrekking. Nu lijkt dat een goede correctie, maar de suggestie die deze maatregelen oproept, is dat problemen uit te sluiten zijn als er maar voldoende regels zijn, als alle onzekerheid is buitengesloten. Volendam is een treffend voorbeeld. Na de cafébrand in het Hemeltje gebeurde twee dingen. In de eerste plaats barste een ware regelzucht los. Op welke hoogte mogen welke versierselen in cafés hangen. Daarbij behoorde uiteraard een intensivering van de controle op brandveiligheid, want voorschriften zijn er om nageleefd te worden. Het tweede was de zoektocht naar een verantwoordelijke. Iemand moest verantwoordelijk gesteld worden, of dat nu de caféhouder of de burgemeester was. Zowel de reactie op de brand in Volendam als op de economische crisis zijn typische reflexen die niets doen aan het wezenlijke probleem, namelijk de angst dat waar je ook bent er brand uit kan breken, een economie kan instorten enz. Wat het wel doet is door onzekerheidsreductie schijnveiligheid bieden. Als we maar weten wie er achter zit en als we maar genoeg regels hebben, dan hebben we alles onder controle. Ook nu probeert het kabinet controle te houden en kiest voor schijnzekerheid. Door wekenlang te onderhandelen over een maatregelenpakket wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat zo'n pakket de crisis gaat indammen. Waar een groep mensen in onzekerheid leeft, neigen politici ernaar om handelaren in angst te worden, zoals Geert Mak dat fraai verwoorde. In tijden van onzekerheid kijken mensen vooral naar hun eigen situatie. Handelaren in angst spelen daar op in door schijnzekerheid te bieden of ongeremd te kiezen voor het voordeel van bepaalde groep. Dat kunnen blanke autochtonen zijn, maar ook minima of mensen die het financieel wat beter hebben. We houden onszelf echter voor de gek als we op die manier onze angst willen beteugelen door het creëren van dergelijke schijnzekerheden.

Opmerkelijk is het wel, die Nederlandse benadering van de crises, of beter gezegd van de crisis. Het gaat altijd over de economische crisis en amper over de voedsel- of klimaatcrisis. Opmerkelijk, omdat in 2008 duidelijk bleek dat er een andere manier is om een samenleving met onzekerheid om te laten gaan. Obama haakte met zijn boodschap van ‘hope' en ‘change' heel direct aan bij de onzekerheid en het onbehagen dat er heerste in de samenleving. Ook toen de kredietcrisis uitbrak bleef hij hameren op het aambeeld van de hoop, en het was succesvol. Daarmee heeft Obama niet alleen een effectief instrument ingezet, maar hij heeft de onzekerheid dieper gepeild dan vele anderen. Hij is niet blijven steken bij de onzekerheid, maar boorde een laag dieper aan: angst. Het tegenovergestelde van angst is niet onzekerheidsreductie. Nee, het tegenoverstelde van angst is hoop. Een samenleving die in crisis verkeert en waar angst heerst, heeft niet primair een muur nodig om zichzelf te beschermen, maar ruggegraat om zichzelf staande te houden. Hoop kan die ruggegraat geven.

En wanneer krijgen mensen hoop? Als ze zich onderdeel weten van een aanlokkelijk verhaal dat groter is dan henzelf. Hoop is bijna nooit iets individueels, maar iets van een grotere groep. Waar angst mensen stimuleert mensen om vooral op hun eigen hachje te letten, kan hoop mensen uittillen boven het eigenbelang. Neem Frodo en zijn reisgenoten in de Lord of the Rings. Zij hadden terecht angst over allerlei gevaren op hun weg lagen. De manier om daarmee om te gaan was niet om zichzelf terug te trekken. Zelfs niet om de juiste wapens te hebben - hoewel dat wel hielp. Maar wat hen in beweging zette en in beweging hield was het perspectief dat het vernietigen van de ring goed zou zijn voor heel Midden-aarde. Ze lieten zich meeslepen door een groter verhaal. Juist doordat ze de hoop hadden om het goed te doen voor Midden-aarde konden ze met hun angsten omgaan, of beter namen ze die op de koop toe. In de geschiedenis zie je dit telkens terug. Neem het volk Israël dat - zij het al mopperend - door de woestijn trekt met als drijvende kracht de hoop op het beloofde land. De hoop op een rechtvaardiger samenleving die studenten op het plein van de Hemelse Vrede hun angst voor Chinese tanks laat overwinnen. In dat soort situaties willen en kunnen mensen voorbij leven aan hun eigen angsten en zich inzetten voor een groter geheel.

Hoe anders opereert het Nederlandse kabinet. Dat doet zelfs geen enkele poging om de samenleving hoop te geven. Heel even dacht ik dat onze minister-president dat wel ging doen toen hij het had over ‘fietsen tegen de wind in'. Maar daar bleef het bij, helaas. Want ik vermoed dat een groot deel van de samenleving best tegen de wind in wil fietsen,maar dan moet duidelijk zijn waar naar toe of op welke weg. Er zijn vermoedelijk veel mensen zijn die best wat willen inleveren of harder of langer willen werken, als maar duidelijk is welk doel het dient. Zonder een groot verhaal zullen kabinet en sociale partners nooit verder komen dan het uitwisselen van eigen belangen en standpuntjes. Je kunt je afvragen of de politiek wel bewust is van de crisestijd. Een crisis kenmerkt zich door het feit dat een systeem niet meer functioneert. Echter politiek Den Haag probeert met oude methoden de crisis een beetje in te dammen. Het gepolder over AOW, arbeidstijdverkorting, staatsschuld en aanrechtsubsidies is nodig, maar dan als onderdeel van een masterplan. Drijvende kracht achter zo'n masterplan is het bieden van hoop. Waar willen we als samenleving over tien jaar staan of waar zijn we naar op weg? Vergelijk het met Martin Luther King, die kwam ook niet in de eerste plaats met hele concrete wetsvoorstellen, maar met een wenkend perspectief. Regelgeving vloeit daaruit voort.

Nu lijkt het bieden van hoop de oplossing van al onze problemen. Dat is niet zo. Er is altijd het risico dat er naast handelaren in angst er ook handelaren in hoop zijn. Mensen die hoop puur instrumenteel gebruiken om zo hun eigen doelstellingen te behalen. Een tweede kanttekening is dat hoop wel reëel dient te zijn. Mensen het paradijs beloven en dat vervolgens niet waar maken, leidt tot cynische burgers. Dat is ook het gevaar voor Obama en nog meer voor de volgende presidentskandidaten. Als Obama zijn verhaal van hoop niet kan omzetten in concrete daden en de VS niet op de weg van hoop kan blijven houden, zal bij de volgende paar verkiezingen het benadrukken van hoop averechts werken. Op dit punt kunnen christenen, net als veel andersgelovigen, een bijdrage leveren aan een samenleving in crisestijd. Als het goed is zijn christenen doordrongen van het feit dat het paradijs niet op deze aarde zal komen. Dat leidt er toe dat er minder snel valse hoop wordt geboden. Tegelijkertijd zorgt een eeuwigheidsperspectief voor relativering van het hier en nu en dus ook een relativering van de eigen onzekerheid. Het zou mooi zijn als die relativering tot actie brengt. Christenen en kerken zouden voorop moeten lopen door in deze tijd het belang van mensen in andere delen van de wereld en de schepping te benadrukken. Daarmee kunnen christenen een bijdrage leveren aan het grotere verhaal en hoop voor de samenleving.

Christenen of niet-christenen, kabinet of samenleving, iedereen heeft het nodig om deel te zijn van zo'n hoopvol groter verhaal. Dat grotere verhaal komt er niet door te concentreren op koopkrachtplaatjes of een AOW-leeftijd van 65 of 67. Juist door de klimaatcrisis, de economische crisis en de voedselcrisis in één perspectief te zetten, ontstaat er hoop voor de toekomst. In een tijd van crises moeten zaken op de schop. Niet rommelen in de marge, maar het bijsturen van het systeem. Nu is het een moment om zoals vele economen, ontwikkelingswerkers en klimaatdeskundigen het zeggen, te werken aan een werkelijk duurzame economie. Een duurzame economie houdt per definitie rekening met de gevolgen voor mensen in andere delen van de wereld en met de schepping en met lange termijn. Als dat betekent dat in Nederland de economische groei minder is, maar dat daardoor wel het klimaat verbetert of miljoenen in Afrika en Azië meer te eten krijgen, dan is dat goed. Dan is onze eigen angst en onzekerheid ingehaald door de hoop op een iets betere wereld.

 

Cors Visser, directeur ForumC



( 5 Votes )
 
 
 
Nieuwsbrief