|
Een interview van Alexander Pleizier met Sander Schot over de effectiviteit van ontwikkelingshulp.
Op 17 november 2009 organiseerden Blooming Business en ForumC een debat over het armoedevraagstuk. Alexander Pleizier interviewde Sander Schot, spreker tijdens het debat, ervaren landbouwkundige hulpverlener en werkzaam bij stichting Dark and Light Blind Care.
Je hebt onlangs een thesis geschreven over de effectiviteit van hulpverlening. Wat was daarvan de kernboodschap?
Ik ben altijd enorm gefascineerd geweest over de vraag hoe ontwikkelingsorganisaties beter en effectiever zouden kunnen werken. Dat dat lang niet makkelijk is en er veel uitdagingen liggen, heb ik zelf ervaren in Rwanda en Angola waar ik vijf jaar heb gewerkt. Toen ik terugkeerde naar Nederland wilde ik daarom een managementopleiding doen. Ik heb me ingeschreven voor een studie bedrijfskunde, en daar zijn alle management disciplines wel gepasseerd. Er zijn enorm veel overeenkomsten tussen de profit en non-profit sector. Maar anders dan bedrijven willen ontwikkelingsorganisaties duurzame sociale en maatschappelijke veranderingen bewerkstelligen. Dit blijkt in de praktijk stukken moeilijker, dan vaak wordt verondersteld. Heel wat anders dan het produceren van een product volgens een standaard proces met vaste routines. De armoedeproblematiek is een complexe problematiek, die niet met een simpele, reductionistische benadering is op te lossen. Als afstudeeronderzoek heb ik onderzocht hoe een ontwikkelingsorganisatie zijn effectiviteit kan verhogen door gebruik te maken van de complexiteitsbenadering en daar zijn werkwijze op af te stemmen.
Wat houdt die complexiteitsbenadering precies in?
De complexiteitsbenadering heeft zijn wortels in de systeemtheorie. Een belangrijk kenmerk binnen de complexiteitsbenadering is dat veranderingen vaak niet lineair zijn, maar het onvoorspelbare resultaat van dynamische interacties binnen een complex systeem. Kleine oorzaken hebben grote gevolgen. Een bekend voorbeeld is dat een beweging van een enkele vlindervleugel in Brazilië een orkaan in Texas kan veroorzaken. Dit geldt niet alleen voor het klimaat maar ook voor de samenleving. In de samenleving vinden interacties plaats tussen mensen omdat ze zijn verbonden door verwantschap, religie en etniciteit Maar er kunnen ook interacties zijn door menselijk handelen en de natuurlijke omgeving. Eigenlijk is er een heel web aan interacties binnen een complex systeem, die met elkaar verknoopt zijn waardoor nieuwe situaties ontstaan.
Dit klinkt erg ingewikkeld, en dat is het ook! De context bepaalt welke werkwijze gehanteerd moet worden. In het ene geval zal het relevanter zijn om economische bedrijvigheid te stimuleren, in het andere geval te richten op het versterken van leiderschap binnen maatschappelijke organisaties bijvoorbeeld. Meestal zal een combinatie van werkwijzen versterkend werken. Maar er is geen kant-en-klaar recept dat toegepast kan worden op de armoedeproblematiek. Concreet betekent dat dat ontwikkelingsorganisaties meer aandacht moeten geven aan het analyseren van de context door sociale netwerken in kaart te brengen om de onderlinge verhoudingen te ontdekken. Ook zouden ze meer moeten werken met multi-stakeholder processen zodat meer mensen betrokken zijn om bestaande veranderingen te duiden en op basis daarvan gezamenlijk actie kunnen ondernemen. Pas op deze manier kun je effectief sociale veranderingen katalyseren.
Wat is de grootste remmende factor in zo effectief mogelijke hulpverlening?
Het kortetermijndenken en de veronderstelling dat armoede simpel is op te lossen zijn de twee belangrijkste factoren. Je kunt stellen dat armoede net zo complex is als criminaliteit. Niemand kijkt op van meer blauw op straat. En niemand vraagt zich af of het budget voor de politie niet weggegooid geld is. Toch is in de beleving van veel mensen ontwikkelingshulp weggegooid geld, en heeft men het gevoel dat er geen resultaten worden behaald. Van de weeromstuit worden korte termijn projecten in gang gezet die hele concrete resultaten laten zien, een waterput, een voedselpakket, etc. zonder dat een grondige contextanalyse wordt gedaan, en vaak gebaseerd op een simplistisch begrip van de werkelijkheid. Maar als we daadwerkelijk willen werken aan sociale veranderingen in een samenleving die mensen uit een situatie van exclusie en marginalisering halen en perspectief bieden op een betere toekomst, hebben we een lange adem nodig en gedegen begrip van de context, waarbij we achter onze eigen vooronderstellingen moeten leren kijken.
Op 29 juli dit jaar kwam er vanuit de regering een herziening van het medefinancieringsstelsel (MSF II). Een van de uitgangspunten daarin is dat maatschappelijke organisaties op een effectieve en efficiënte wijze werken aan de opbouw van het maatschappelijk middenveld om in aanmerking te komen voor subsidies. Is dit nieuwe MSF een verbetering ten opzicht van de eerdere regeling?
Op dit moment is een heel circus gestart om mee te dingen aan de nieuwe MFS ronde voor subsidie tussen 2011 en 2015. Positief vind ik de aandacht die gevraagd wordt voor een gedegen contextanalyse en dat het subsidiekader een veel langere periode beslaat dan normaal gesproken wordt gedaan. Het stimuleren en belonen van samenwerking is ook positief, hoewel het ministerie met name samenwerking tussen Nederlandse organisaties stimuleert en een maximum heeft gesteld aan het aantal subsidie aanvragen. Het argument om versnippering tegen te gaan is niet helemaal terecht. Veel kleinere organisaties vallen nu buiten de boot, omdat in de praktijk de grote organisaties bepalen wie in 'hun' samenwerkingsverband mee kan doen. Een tweede nadeel is dat het totale budget behoorlijk is teruggeschroefd in verhouding tot MFS I. Daarnaast vind ik dat de focus op thema's (zoals onderwijs, HIV/AIDS, duurzame economische ontwikkeling, etc.) verkokering versterkt. Ik sta zelf veel meer een focus op doelgroepen voor, juist omdat de armoedeproblematiek zo complex en verweven is.
Hoe zie je die focus op doelgroepen concreet voor je?
Bij doelgroepen kun je denken aan vluchtelingen, gehandicapten, maar ook aan mensen in een bepaalde regio of wijk. Kortom, mensen die dezelfde problematiek ervaren, maar die waarschijnlijk niet voldoende geholpen zijn om uit de marge van de samenleving te stappen door je alleen te richten op water en sanitatie, of landbouw, of scholing. Laat ik een voorbeeld geven. Ik werk bij Dark & Light, een stichting die preventieve blindheid probeert uit te bannen en werkt aan een samenleving waar gehandicapten volwaardig kunnen deelnemen. Als een medische ingreep niet meer helpt, zou een persoon die blind is enorm geholpen zijn om naar school te gaan, te leren lezen en schrijven en een vaktraining te volgen. Dat stimuleren we ook. Tegelijkertijd loopt zo'n persoon keihard aan tegen het feit dat na de genoten opleiding geen werk is, omdat werkgevers niet geïnteresseerd zijn in iemand met een handicap, de overheid geen regelgeving heeft en de samenleving meer de visuele beperking ziet in plaats van de capaciteiten van deze persoon. Kortom: onderwijs aanbieden lost de problematiek nog niet op van de blinde. Tegelijkertijd zul je integraal moeten werken aan bewustwording in de samenleving tegen de stigmatisering, en moeten lobbyen voor betere regelgeving en naleving door de overheid.
Ontwikkelingshulp ligt in de politiek de laatste tijd nogal onder druk. Wat is precies het spanningsveld tussen de politieke voor- en tegenstanders?
De tegenstanders moet je vooral zoeken bij VVD en PVV. Zij werpen keer op keer op dat de hulp niet deugt en dat je beter kunt investeren in economische ontwikkeling. Ze gaan voorbij aan de complexiteit van de armoedeproblematiek. Inderdaad kan economische ontwikkeling een land en zijn bevolking helpen om uit de armoede te komen, maar dat gaat lang niet altijd op. Het ligt aan de context welke interventiestrategie impact kan genereren.
Het is overigens niet zo vreemd dat de tegenstanders vinden dat hulp niet helpt. De ontwikkelingsorganisaties hebben te vaak en te lang te simpele boodschappen over het publiek uitgestort om hen te bewegen tot donaties. Armoede is niet simpel, en niet zomaar uitgeroeid. De voorstanders daarentegen proberen met alle macht aan te tonen dat hun hulp wel helpt. Er wordt veel gerapporteerd over wat er aan activiteiten is uitgevoerd (putten geslagen, etc.) maar of dat tot wezenlijke veranderingen heeft geleid en of die veranderingen die hebben plaatsgevonden het gevolg zijn van die activiteiten blijft vooralsnog buiten het blikveld van veel organisaties.
Met de complexiteitsbenadering zou je een slag dieper kunnen gaan. Je zult dan in elk geval veel beter je aannames expliciet moeten maken en moeten onderbouwen waarom je voor een bepaalde interventiestrategie kiest en wie je daarbij betrekt.
Hoe kan je als organisatie erachter komen of je activiteiten dan bijgedragen hebben aan het bereiken van je doelstellingen? In andere woorden: hoe maak je als ontwikkelingsorganisatie je activiteiten meetbaar?
Impact studies moeten aangeven welke veranderingen hebben plaatsgevonden en waarom. En je moet als organisatie niet alles vooraf in steen willen beitelen, maar voldoende oog blijven houden voor veranderende omstandigheden en daarop kunnen anticiperen. Ik pleit daarom ook voor genoeg ruimte om te experimenteren, zodat je onderweg goed kunt bijsturen. Als je van tevoren teveel vastlegt met specifieke indicatoren, dan maak je meetbaar welke veranderingen plaats hebben gevonden, maar waardoor en door wie dat komt is dan vaak weer gissen. Dat zou in een impact study wel naar voren moeten komen, waarbij ook de strategie van de organisatie en de veranderende omgeving worden meegenomen.
Wat is je verwachting bij de uitwerking van het MSF II. Gaat er veel veranderen voor hulporganisaties?
Er gaat veel veranderen in de komende jaren. Maar er is ook al veel veranderd in de aanloop naar de subsidietoekenning. Ik zie meer en meer om me heen dat geaccepteerd wordt dat de lineaire interventiestrategieën - als was een ontwikkelingsproject een simpel recept dat direct zou leiden tot een snelle en blijvende oplossing - die zijn gehanteerd in het verleden, veel hebben beloofd maar te weinig impact hebben gegenereerd. We moeten accepteren dat we niet alles weten, en dat er enorm veel gebeurd buiten ons om. Daar moeten we onze antennes op richten. Ik hoop dat ontwikkelingsorganisaties de omslag kunnen maken naar een meer innovatieve, uitdagendere en realistischere werkwijze, zonder terug te vallen in het oude patroon om simpele oplossingen voor te spiegelen voor complexe problemen.
|